De vogel en de zee

Gepubliceerd op 10 augustus 2021 om 19:38

De vogel had nu al dagenlang gestapt en gefladderd zoals hij het kon. Plots naderde hij het uitgestrekte water van de zee.

De zee lag in haar volle wezen voor hem en vertelde hem over haar leven. Ze had het moeilijk soms, zei ze. Ze vertelde hem hoe ze werd heen en weer geslingerd tussen vloed en eb zonder dat ze er enige controle over had. De volle maan beïnvloedde haar zo hard dat ze zich soms zomaar liet gaan en dat was nog niet alles. Soms brandde de zon zo hard dat water in de zee verdampte. Mensen gooiden de lelijkste dingen naar haar. Ook de wind kon het leven moeilijk maken. Op sommige dagen was hij er niet en dan was alles vredig en kalm. Op die momenten voelde ze zich zen. Op andere dagen stoeide de wind speels met haar huid en wierp ze giechelend schuimende kopjes over het strand. Maar soms rukte de wind hardnekkig aan haar, hij  joeg als een razende over haar heen en deed haar woedend uit haar vel barsten. Dan voelde ze zich donker en ongelukkig, rolde wild heen en weer en vernietigde alles wat in haar buurt kwam maar ze kon geen kant op. Ze zat gevangen tussen het strand en de horizon.

Bovendien wist ze niet meer wie ze was. Als ze in de spiegel keek, zag ze telkens iemand anders. De ene keer was ze vlak en lieflijk, de andere keer een laaiende draak. Wie was ze eigenlijk? 'Het leven van een zee is niet eenvoudig,' vertelde ze  de manke vogel. 'Overleven is een strijd.'  De vogel knikte begrijpend. 'Bovendien,' zei de zee, 'sta ik er helemaal alleen voor. Ik kan niet leren van andere zeeën zoals jij dat kan van andere vogels.' 'Waarom doe je niet zoals ik?' opperde de vogel. 'Toen ik niet meer kon vliegen, wist ik niet meer wie ik was of wat ik wilde. Een bron heeft me toen verteld dat ik diep in mezelf moest kijken.' 'Diep in mezelf?' herhaalde de zee. 'Diep in mezelf zie ik het water en de duizenden vissen en het wier dat wappert in de golven. En ik zie de koralen en de stroming en dansende dolfijnen en dieper nog de donkere bodem van zand en mineralen en gesteenten, zo diep dat er geen enkele storm kan komen.' 'En nog dieper?' vroeg de vogel. De zee keek zo diep als ze kon naar binnen. 'Er zit een kern,' zei ze, 'het is een kern die er gewoon is. Hij is sterk en energiek en rotsvast als het centrum van de aarde. Waarom heb ik hem nooit eerder gezien?'

De vogel glimlachte. 'Je hebt hem nooit opgemerkt omdat je het te druk had met de buitenwereld. Maar het is voor jou als voor mij. Er zit een kern in jezelf die alles heeft om de wildste stormen te trotseren, of jij je er nu druk om maakt of niet. Hij is er. Hij houdt stabiel en hij helpt je overleven. Hij is er altijd al geweest. Je kent hem nu en je kan hem vertrouwen. Hij is je vriend.' Toen de zee besefte dat er een kern in haar was die er altijd voor haar zou zijn, werd ze kalm. Ze liet de wind om zich heen razen en ze liet de krachten van maan op haar inwerken. Ze genoot van de vissen die door haar heen gleden en van het zand dat zacht tussen het water door glipte. Ze glimlachte en strekte zich gerustgesteld uit... 


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.